geblokt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·blokt
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geblokt geblokter gebloktst
verbogen geblokte gebloktere gebloktste
partitief geblokts geblokters -

Bijvoeglijk naamwoord

  1. met een blok patroon
    Bij de finish wordt gezwaaid met een zwart-wit geblokte vlag.
  2. lijkend op een blok
    De kogelstoter is groot en geblokt.
Vertalingen

Deelwoord

deelwoord
onverbogen geblokt
verbogen geblokte
vervoeging van
blokken

geblokt voltooid deelwoord van blokken

  1. vormt de voltooide tijden
    Hij heeft hard geblokt voor het examen.
  2. vormt de lijdende vorm
    Zijn schot werd geblokt door de keeper.
  3. attributief gebruikt
    Na een geblokt schot kwam de bal voor mijn voeten.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.