blokken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blok·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘hard studeren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
blokken
/ˈblɔkə(n)/
blokte
/ˈblɔktə/
geblokt
/ɣəˈblɔkt/
zwak -t volledig

Werkwoord

blokken

  1. inergatief heel hard studeren
    • Voor dit tentamen heeft hij drie weken lang onafgebroken geblokt. 
  2. (sport) tegenhouden, blokkeren
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

blokken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord blok
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen