garantie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ga·ran·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord garantie garanties
verkleinwoord garantietje garantietjes

Zelfstandig naamwoord

garantie v

  1. een verklaring waarin men verklaart voor bepaalde gevolgen in te staan
    • Hij gaf hem de garantie dat alle schade vergoed zou worden. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen