framtid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • fram·tid
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de Noorse bijwoord fram en het Noorse zelfstandige naamwoord tid
Naar frequentie 2930
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   framtid     m: framtiden
framtida  
  framtider     framtidene  
genitief   framtids     m: framtidens
framtidas  
  framtiders     framtidenes  

Zelfstandig naamwoord

framtid, m / v

  1. toekomst
    «Det ser ikke ut til at de brunsvidde tujaene har noen framtid
    Het lijkt er niet op dat de bruin verschroeide thuja's een toekomst hebben.
  2. (grammatica) toekomende tijd
    «Språket har to grader av futurum: nær framtid og fjern framtid
    Taal heeft twee graden van de toekomst: de nabije toekomst (Futurum I) en de verre toekomst (voltooid toekoomende tijd, Futurum II).
Schrijfwijzen
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen

Meer informatie


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • fram·tid
Woordherkomst en -opbouw
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de Nynorske bijwoord fram en het Nynorske zelfstandige naamwoord tid
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   framtid     framtida     framtider     framtidene  

Zelfstandig naamwoord

framtid, v

  1. toekomst
  2. (grammatica) toekomende tijd
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen