foutmarge

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fout·mar·ge
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord foutmarge foutmarges
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

foutmarge v/m

  1. mate van onzekerheid bij de uitslag van een steekproef, statistische meting enzovoort
    95% betrouwbaarheid en een foutmarge van 5%.
Synoniemen
Vertalingen