fossiel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fos·siel
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse fossilis (opgegraven, uitgegraven)
enkelvoud meervoud
naamwoord fossiel fossielen
verkleinwoord fossieltje fossieltjes

Zelfstandig naamwoord

fossiel o

  1. (geologie) overblijfsel of afdruk in gesteenten van levensvormen uit het verleden
  2. iemand met erg ouderwetse, verstarde opvattingen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen fossiel fossieler fossielst
verbogen fossiele fossielere fossielste
partitief fossiels fossielers -

Bijvoeglijk naamwoord

fossiel

  1. (geologie) tot fossiel geworden
    Aardgas is een fossiele brandstof.
    Er werden fossiele resten van mammoeten gevonden.
Vertalingen
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie