formant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • for·mant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord formant formanten
verkleinwoord formantje formantjes

Zelfstandig naamwoord

formant m

  1. een resonantie (een significante smalle piek) op een bepaalde frequentie
Vertalingen

Gangbaarheid

69 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen