foppen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fop·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
foppen
fopte
gefopt
zwak -t volledig

Werkwoord

foppen [2]

  1. overgankelijk beetnemen
    • het kind fopte zijn opa door het lege ei om te keren en die hem in een eierdopje geplaatst aan te bieden 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen