foppen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fop·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
foppen
fopte
gefopt
zwak -t volledig

Werkwoord

foppen [2]

  1. (overgankelijk) beetnemen
    het kind fopte zijn opa door het lege ei om te keren en die hem in een eierdopje geplaatst aan te bieden
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal