fonkelend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fon·ke·lend

Werkwoord

vervoeging van: fonkelen
verbogen vorm: fonkelende

fonkelend

  1. onvoltooid deelwoord van fonkelen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen fonkelend fonkelender fonkelendst
verbogen fonkelende fonkelendere fonkelendste
partitief fonkelends fonkelenders -

Bijvoeglijk naamwoord

fonkelend

  1. helder stralend
    • ,,De moonwalk is ontwikkeld op een andere planet‘’, doceert Romeyn aan zijn stamgasten Thea en Jan. ,,Michael Jackson is een soort E.T., een alien. Die Amerikanen hebben meer experimenten gedaan. Elvis, Liberace, fonkelende sterren. Michael Jackson was een kindervampier. Hij vond het hier op aarde helemaal niks, hij wilde terug.‘’ [1] 
    • Schutte (56) - type getaande huid, oorbelletjes in, fonkelende ogen - is echter genadeloos in het ootje genomen door iedereen die hem lief had, inclusief directeur Jolanda Knorren van Raster, waar hij werkt. [2] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen