flageolet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Phaseolus vulgaris

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fla·geo·let
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘boon’ voor het eerst aangetroffen in 1916 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord flageolet flageolets
flageoletten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

flageolet m [3]

  1. (muziekinstrument) fluit die een octaaf hoger klinkt dan de dwarsfluit
  2. (muziek) open orgelregister dat de tonen van de flageolet nabootst
  3. (muziek) flageolettoon
  4. (groente) Phaseolus vulgaris op Wikispecies platte, bleekgroene peulvrucht [4]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

49 % van de Nederlanders;
48 % van de Vlamingen.

Verwijzingen