filet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fi·let
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bot- of graatloos stuk vlees of vis’ voor het eerst aangetroffen in 1500 [1]
  • Afgeleid van het Franse filet [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord filet filets
verkleinwoord filetje filetjes

Zelfstandig naamwoord

filet m/o

  1. (voeding) stuk vlees of vis waaruit de beenderen en de huid en veren zijn verwijderd, soms wordt een specifiek stuk vlees van het dier bedoeld
    • Bestrooi de filets met zout en peper. 
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen