fichu

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  fichu     le fichu     fichus     les fichus  

Zelfstandig naamwoord

fichu m

  1. hoofddoek

Bijvoeglijk naamwoord

fichu

  1. (spreektaal) kapot, naar de knoppen
    «La télé est fichue
    De televisie is naar de knoppen. [1]
Synoniemen

Verwijzingen