feitelijk
Uiterlijk
- fei·te·lijk
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | feitelijk | feitelijker | feitelijkst |
| verbogen | feitelijke | feitelijkere | feitelijkste |
| partitief | feitelijks | feitelijkers | - |
feitelijk
- zo niet op papier dan toch wel in werkelijkheid
- Dit is een feitelijke erkenning van zijn ongelijk.
- eigenlijk.
- ▸ Literatuurwetenschapper en historicus Joep Leerssen laat in zijn werk zien dat ongeacht het culturele domein (taal, literatuur, kunst, geschiedenis, sport) een nationalistisch (sport-)verhaal feitelijk steeds op dezelfde manier tot stand komt.[1]
- ▸ Het maffe vond ik dat alle Nederlandse makelaars, aannemers en investeerders uitsluitend naar elkaar trokken en ze feitelijk hun netwerkborrels en presentaties dus net zo goed in Meppel of Ermelo hadden kunnen organiseren, maar de Franse Rivièra is blijkbaar een veel betere plek.[2]
feitelijk
- zo niet op papier dan toch wel in werkelijkheid
- Hij heeft feitelijk niets meer te vertellen.
- Het woord feitelijk staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "feitelijk" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ Onno van Nijf“Sportgeschiedenis” (2021), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025312275 - ↑ Ronald Giphart e.a.“Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Achtervoegsel -lijk in het Nederlands
- Invoegsel -e- in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %