Naar inhoud springen

feitelijk

Uit WikiWoordenboek
  • fei·te·lijk
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen feitelijkfeitelijkerfeitelijkst
verbogen feitelijkefeitelijkerefeitelijkste
partitief feitelijksfeitelijkers-
  • Afgeleid van feit met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-

feitelijk

  1. zo niet op papier dan toch wel in werkelijkheid
    • Dit is een feitelijke erkenning van zijn ongelijk. 
  2. eigenlijk.
     Literatuurwetenschapper en historicus Joep Leerssen laat in zijn werk zien dat ongeacht het culturele domein (taal, literatuur, kunst, geschiedenis, sport) een nationalistisch (sport-)verhaal feitelijk steeds op dezelfde manier tot stand komt.[1]
     Het maffe vond ik dat alle Nederlandse makelaars, aannemers en investeerders uitsluitend naar elkaar trokken en ze feitelijk hun netwerkborrels en presentaties dus net zo goed in Meppel of Ermelo hadden kunnen organiseren, maar de Franse Rivièra is blijkbaar een veel betere plek.[2]

feitelijk

  1. zo niet op papier dan toch wel in werkelijkheid
    • Hij heeft feitelijk niets meer te vertellen. 
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[3]
  1. Onno van Nijf
    “Sportgeschiedenis” (2021), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025312275
  2. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be