facsimile

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fac·si·mi·le
enkelvoud meervoud
naamwoord facsimile facsimile's
verkleinwoord facsimileetje facsimileetjes

Zelfstandig naamwoord

facsimile v / m / o

  1. nauwkeurige nabootsing, reproductie
  2. (telecommunicatie) telefax, fax, telefacsimile
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
55 % van de Nederlanders
55 % van de Vlamingen.

Meer informatie