hiervoor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hier·voor
Woordherkomst en -opbouw
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     voor  
 persoonlijk     ervoor  
aanwijz.   nabij     hiervoor  
  veraf     daarvoor  
  vragend/betrekk.     waarvoor  

Voornaamwoordelijk bijwoord

(scheidbaar)
hiervoor

  1. aanwijzend dichtbij: voor+dit
    1. voor dit doel, voor deze reden
      hiervoor krijgt hij gevangenisstraf
    2. voor deze tijd
      Sinds 1813 is Nederland een koninkrijk. 'Hiervoor was het een republiek
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.