entree

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • en·tree
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘intrede, ingang’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1467 [1]
  • In de betekenis van ‘toegangsprijs’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824 [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord entree entrees
verkleinwoord entreetje entreetjes

Zelfstandig naamwoord

entree v

  1. ingang van een gebouw
    • De entree was links om de hoek van het gebouw. 
  2. (maatschappij) entree betalen: het geldbedrag dat betaald moet worden om ergens binnen te mogen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen