endemisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • en·de·misch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen endemisch endemischer
verbogen endemische endemischere
partitief endemisch endemischers -

Bijvoeglijk naamwoord

endemisch

  1. (biologie) van nature alleen in een specifiek gebied voorkomend
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
66 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen


Duits

Bijvoeglijk naamwoord

endemisch

  1. endemisch; inheems.