endemisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • en·de·misch
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘niet elders voorkomend’ voor het eerst aangetroffen in 1821 [1]
  • afgeleid van endemie met het achtervoegsel -isch [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen endemisch endemischer
verbogen endemische endemischere
partitief endemisch endemischers -

Bijvoeglijk naamwoord

endemisch

  1. inheems.
Vertalingen

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
66 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen


Duits

Bijvoeglijk naamwoord

endemisch

  1. endemisch; inheems.