emerald

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

De Gachalá op Wikipedia (en) is een groot stuk emerald.
Uitspraak
Woordafbreking
  • eme·rald
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord emerald -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

emerald o

  1. (mineraal) groene variëteit van beril, structuurformule Be3Al2(SiO3)6
  2. (kleur) groen als smaragd
    • Ik gaf haar een hand, het emerald van haar ogen kreeg twinkellichtjes. [3]
Synoniemen
Hyperoniemen
enkelvoud meervoud
naamwoord emerald emeralden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

emerald m

  1. groene edelsteen van beril
    • Kennis van de natuur was half mythologisch: een "doctor universalis" als de grote Albertus Magnus geloofde in ernst dat een pad door zijn starre blik een emerald in gruizels kijken kon en verklaarde dat ook zelf te hebben gezien. [4]
  2. hoofdzakelijk rechthoekige slijpvorm voor edelstenen
Synoniemen
Hyperoniemen

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Middelengelse emeraude.
enkelvoud meervoud
emerald emeralds

Zelfstandig naamwoord

emerald

  1. siersteen