emeralden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

zn: emeralden
Uitspraak
Woordafbreking
  • eme·ral·den
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

emeralden

  1. uit emerald samengesteld
    • De diamanten en emeralden tiara was ingeschat op 3,5 à 7 miljoen euro. [1]
  2. (figuurlijk) smaragdgroen
    • Langs hun sidderende bladers gleed het spiegelend licht omlaag, 't vlinderde wemelend neer in het nieuwe emeralden gras. [2]

Zelfstandig naamwoord

emeralden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord emerald
    • Niets aan de hand, zo leek het: India zorgde voor emeralden, Zuid-Afrika voor diamanten in de kroon van koningin Victoria, en in de oceanen buitelde de potvis om de harpoen en zorgde met zijn amber voor het zwuifje diepzee om en nabij de dames op het bal van de gouverneur. [3]

Gangbaarheid

Verwijzingen