eenjarich

Uit WikiWoordenboek

Middelnederlands

Woordherkomst en -opbouw
  • van Oudnederlands ēnjāri; niet in Middelnederlandse woordenboeken, maar wel aangetroffen in een oorkonde uit 1316, zie vindplaats hieronder

Bijvoeglijk naamwoord

eenjarich

  1. eenjarig
     Item wat beesten aen den dyke gaen alle die schouwe doir ende willighen schillen, die mach men scutten voir eygen, uutgeset scapen, die schillen, verbueren 5 sc. ende dit mogen mede beleden dieghene, die die willigen hoir sijn, up hoiren eedt totter hiemraden besceidenisse gelyken ander scutters, ende wie dattet beleet, sel hebben van elcken groten beest 10 sc. ende van elc eenjarich rint of scape 2 sc. ende die sel se leveren den rechter binnensbans, ende die sel uutleggen dat gelt ende weder innemen als recht is rechtevoirts.[1]
Vertaling ontbreekt, voeg deze alstublieft toe.

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 21 januari 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie
    Willem III van Holland
    Keurboek No. 1. (1316) in:
    Unger, J.H.W.
    De oudste keuren van Schieland, Rotterdamsch jaarboekje, jrg. 6 (1899), 211/212