dwingerig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dwin·ge·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dwingerig dwingeriger dwingerigst
verbogen dwingerige dwingerigere dwingerigste
partitief dwingerigs dwingerigers -

Bijvoeglijk naamwoord

dwingerig [1]

  1. met een houding waardoor het lijkt dat iemand geen keus krijgt
    • De meeste respondenten (81 procent) wezen de praktijk af, maar 57 procent gaf toe dat ze er toch aan meewerken. Ze zijn bereid om al bij het indienen extra citaties toe te voegen om dwingerige redacties ter wille te zijn. "Als redacteuren het systeem misbruiken en de auteurs zich erbij neerleggen, komt de wetenschappelijke integriteit in het geding", schrijven Wilhite en Fong. [2] 
    • Daarmee ben ik bij het derde punt aangekomen. Dit punt betreft het quasitherapeutische karakter van het bevrijdingspastoraat: het is geen psychotherapie, daarvoor is het ook te dwingerig, maar het heeft wel het stapsgewijze van psychotherapie. Het is een interventie op het terrein van de geestelijke wereld. Maar wat is het eigenlijk raar om dat zo te zeggen. [3] 
    • Een mindere kant van Grolleman is volgens Van Westerloo dat hij "wat dwingerig in de leer kan zijn". "Hij had er een handje van om – subtiel – met opstappen te dreigen als ik het met hem oneens was. Hij is iets te veel vanuit de hoogte. Ik heb wel eens tegen hem gezegd: `Gert, zing eens een toontje lager'." [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.

Verwijzingen