drieluik

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Drieluik
Uitspraak
Woordafbreking
  • drie·luik
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord drieluik drieluiken
verkleinwoord drieluikje drieluikjes

Zelfstandig naamwoord

drieluik o

  1. schilderstuk dat uit drie onderling verbonden panelen bestaat
    drieluik bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
  2. radio- of televisieprogramma, film, boek, artikel, muziekstuk enz. die of dat uit drie delen bestaat
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl