dreigement

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drei·ge·ment
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dreigement dreigementen
verkleinwoord dreigementje dreigementjes

Zelfstandig naamwoord

dreigement o

  1. woorden waarmee je iemand bang probeert te maken om een gewenst doel te bereiken
    • Het dreigement om te stoppen met de subsidie werd aangegrepen om een spoedoverleg in te plannen. 
     Woensdag trad Obama voor het eerst publiekelijk naar buiten als elder statesman. In een Zoom-verbinding met niet-witte jongeren sloeg hij een volstrekt andere toon aan dan Trump, die zich vooral heeft beperkt tot dreigementen en het zwartmaken van betogers als links tuig.[2]
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. dreigement op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink Weblink bron Theo Koelé “De maat is vol, Obama keert zich tegen zijn opvolger Trump” (4 juni 2020), de Volkskrant
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be