drastisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dras·tisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen drastisch drastischer
verbogen drastische drastischere
partitief drastisch drastischers -

Bijvoeglijk naamwoord

drastisch

  1. doelgericht zeer ingrijpend
    • De regering nam drastische maatregelen om tegen te gaan dat de vogelgriep zich verspreidde. 
  2. snel en fors
    • De drastische achteruitgang van het ledental in de laatste decennia noopt tot herbezinning. [2]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Duits

Bijvoeglijk naamwoord

drastisch

  1. drastisch