drastisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dras·tisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen drastisch drastischer meest drastisch
verbogen drastische drastischere meest drastische

Bijvoeglijk naamwoord

drastisch

  1. doelgericht zeer ingrijpend
    De regering nam drastische maatregelen om tegen te gaan dat de vogelgriep zich verspreidde.
  2. snel en fors
    De drastische achteruitgang van het ledental in de laatste decennia noopt tot herbezinning.[2]
Synoniemen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. Prangsma-Hajenius, A.M.L. Dopers in de Domstad: geschiedenis van de Doopsgezinde Gemeente Utrecht, 1639-1939 (2003) Verloren, Hilversum; ISBN 9789065507402; p.22 geraadpleegd 2015-01-23


Duits

Bijvoeglijk naamwoord

drastisch

  1. drastisch