draaitol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

draaiende draaitol
een draaitol virtuoos
Uitspraak
Woordafbreking
  • draai·tol
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord draaitol draaitollen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

draaitol m [1]

  1. speelgoed dat op zijn punt kan draaien
    • Voor clowntjes is de aardbol een grote toverbal / Een felgekleurde draaitol met grapjes overal.[2] 
  2. heel druk kind
  3. heel snel en beweeglijk iemand
    • Hazard is een gesofisticeerde draaitol die plots wegschiet, terwijl De Bruyne nooit draalt, de koning is van de supersonische omschakeling, de tegenstander nooit tijd geeft om zich te groeperen, 90 minuten lang tegen 90 procent over het veld galoppeert en ondertussen haarfijne passes en scherpe schoten verstuurt.[3] 
    • Mansfield stond als een artistieke draaitol in de kerk: dan met het gezicht naar orkest en solist, een ander moment honderdtachtig graden draaiend naar de vierhonderd zangers in de kerkbanken.[4] 
  4. (pejoratief) iemand die heel snel van mening kan veranderen
    • Maar hoe onschuldig is Romney? Hij is een draaitol in zijn standpunten en in de voorverkiezingen vernietigde hij zijn rivalen met venijnige videofilmpjes. Studente Elisa Adamson blikt of bloost niet. Óns geloof leert: wij zijn niet perfect.'Gelukkig, dat is een hele opluchting.[5] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Marc Hijink 20 oktober 2015
  3. de Standaard 23 SEPTEMBER 2016 Frank Raes
  4. Tubantia 18-DECEMBER-2012
  5. Volkskrant ARIE ELSHOUT 28 juli 2012
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be