draadloos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • draad·loos
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen draadloos draadlozer draadloost
verbogen draadloze draadlozere draadlooste
partitief draadloos draadlozers -

Bijvoeglijk naamwoord

draadloos

  1. waarbij geen draden nodig zijn voor de overdracht van een signaal
    • Ik ben blij met mijn draadloze muis. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.