doorverbinden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·ver·bin·den
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

doorverbinden

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorverbinden
verbond door
doorverbonden
klasse 3 volledig
  1. in contact brengen met een volgend persoon, vooral telefonisch
    • Ik zal u even doorverbinden met de afdeling verkoop, daar kunnen ze u verder helpen. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.