verbinden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·bin·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verbinden
verbond
verbonden
klasse 3 volledig

Werkwoord

verbinden

  1. overgankelijk twee of meer onderdelen aan elkaar vastmaken
    • De twee schepen werden met een kabel verbonden. 
  2. met iets of iemand contact maken via de telefoonlijn
    • Vroeger moest je met de hand verbonden worden door een telefoniste. 
  3. (figuurlijk) onlosmakelijk met elkaar samengaand
     De Nationale 7 is verbonden met de opkomst van de auto in de jaren twintig en dertig. Destijds hadden auto's kleine brandstoftanks en gingen ze vaak kapot. Daarom barst het langs de route van de pompstations en garages, veelal opgetrokken in een betonnen art-decostijl, destijds het toppunt van moderniteit. Vele zijn vervallen, sommige zijn gerestaureerd, zoals een klassiek pompstation in Valence. Het mooiste voorbeeld van deze stijl ligt strikt genomen niet aan de Nationale 7: de Citroëngarage in Lyon.[1]
  4. overgankelijk (medisch) behandelen door het aanbrengen van verband

Werkwoord

zich verbinden

  1. wederkerend zich ~ tot een dwingende verplichting aangaan
    • Hij weigerde zich ertoe te verbinden. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Peter Giesen “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant