doorslikken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·slik·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorslikken
slikte door
doorgeslikt
zwak -t volledig

Werkwoord

doorslikken

  1. overgankelijk door te slikken uit de mondholte verwijderen
    • Hij trachtte de pil door te slikken, maar zijn mond was te droog. 
Vertalingen


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be