doornenkroon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·nen·kroon
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord doornenkroon doornenkronen
verkleinwoord doornenkroontje doornenkroontjes

Zelfstandig naamwoord

doornenkroon v/m

  1. van doorntakken gevlochten kroon als symbool van het martelaarschap
    • Het waren de Romeinen die Jezus de doornenkroon opzetten. 
  2. roodkleurige, stekelige zeester
    • De doornenkroon kan mensen zeer pijnlijke wonden opleveren. 
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid