doerian

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Doerian boom
de vruchten van de doerian
Uitspraak
Woordafbreking
  • doe·ri·an
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Indonesisch, in de betekenis van ‘vrucht’ voor het eerst aangetroffen in 1596 [1]
  • uit het Indonesisch [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord doerian doerians
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

doerian m [3]

  1. een boom met zeer smakelijke maar stinkende vruchten
    • Door de verkoudheid is mijn smaakzin eveneens invalide waardoor ik nu dingen kan eten die normaliter ik echt smerig vind maar die wel goed zijn voor mijn welzijn want variatie. Dus vreet ik in dit soort tijden net zolang tuinbonen en doerians tot er een maagverlamming optreedt. De dagen die me niet geheel bijblijven zijn zo tenminste nog goed voor mijn gezondheid.[4] 
    • Chan Lay Choo (62) van Golden Swallow Dessert bedient een klant in het Ghim Moh Food Centre. Mijn man en ik hebben deze stal al 39 jaar. Het kachang-ijs [schaafijs -red.] is veel veranderd in de jaren. Hadden we voorheen alleen ijs met siroop, tegenwoordig bieden we allerlei toppings aan zoals mango, pinda's of doerian. Want de jongeren willen graag nieuwe smaken proberen."[5]  
Vertalingen

Gangbaarheid

40 % van de Nederlanders;
24 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen