ditch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
ditch ditches

Zelfstandig naamwoord

ditch

  1. sloot
  2. greppel
  3. gracht
  4. slotgracht
  5. groef
  6. groeve
  7. kuil
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: over hedge and ditch
over heg en steen
vervoeging
onbepaalde wijs to ditch
he/she/it ditches
verleden tijd ditched
voltooid
deelwoord
ditched
onvoltooid
deelwoord
ditching
gebiedende wijs ditch

Werkwoord

ditch

  1. (onovergankelijk) een sloot graven
  2. (onovergankelijk) kwijten, ontdoen van
  3. (onovergankelijk), (informeel) de bons geven
  4. (onovergankelijk) vetrekken zonder iets te zeggen
  5. (onovergankelijk) lozen
  6. (onovergankelijk) (luchtvaart) een noodlanding op het water maken