ontdoen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·doen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van doen met het voorvoegsel ont-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontdoen
ontdeed
ontdaan
onregelmatig volledig

Werkwoord

ontdoen

  1. overgankelijk een aanhangsel of eigendom verwijderen van iets
    • De artisjokken werden eerst ontdaan van hun hooi. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.