dichterlijk

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dich·ter·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dichterlijk dichterlijker dichterlijkst
verbogen dichterlijke dichterlijkere dichterlijkste
partitief dichterlijks dichterlijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

dichterlijk

  1. (dichtkunst) van een dichter
  2. (dichtkunst) van de dichtkunst, gelijkend op dichtkunst
  3. (dichtkunst) met dichterlijke aanleg of inspiratie
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be