diagonaal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • di·a·go·naal
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen diagonaal diagonaler diagonaalst
verbogen diagonale diagonalere diagonaalste
partitief diagonaals diagonalers -

Bijvoeglijk naamwoord

diagonaal

  1. schuin lopend vanuit een hoek naar de hoek er schuin tegenover.
    • Wat is de formule van die diagonale lijn? 
Vertalingen
Vierkant met de twee diagnonalen
enkelvoud meervoud
naamwoord diagonaal diagonalen
verkleinwoord diagonaaltje diagonaaltjes

Zelfstandig naamwoord

diagonaal v/m

  1. (wiskunde), een rechte lijn die twee niet-opeenvolgende hoekpunten van een veelhoek verbindt.
    • Stel de formule op van deze diagonaal. 
Synoniemen

diagonaal o

  1. een gekeperd weefsel met schuin lopende strepen.
    • Dat weefsel daar heet het diagonaal. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie