Naar inhoud springen

demon

Uit WikiWoordenboek
Aartsengel Michaël verslaat demon
  • de·mon
  • van het Latijnse daemon (geest; demoon); van het Oudgriekse δαίμων, daímôn (goddelijkheid;geest)
enkelvoud meervoud
naamwoord demon demonen, demons
verkleinwoord demoontje demoontjes

dedemonm

  1. (religie) een boze geest of gevallen engel of ander bovennatuurlijk wezen
    • Aan iedere doodszonde wordt een bepaalde demon toegeschreven. 
    • Met het goed gemikt openen en sluiten van een luik tussen twee ruimtes krijgt Maxwells demon alle warme moleculen aan de ene en alle koude aan de andere kant.[1] 
     Er is niemand anders in jouw hoofd. Jij stelt de vragen zelf, demonen bestaan niet. Jij bent jouw eigen demon.[2]
93 %van de Nederlanders;
93 %van de Vlamingen.[3]