demon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Aartsengen Michaël verslaat demon
Uitspraak
Woordafbreking
  • de·mon
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘boze geest’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1809 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord demon demonen, demons
verkleinwoord demoontje demoontjes

Zelfstandig naamwoord

demon m

  1. (religie) een boze geest of gevallen engel of ander bovennatuurlijk wezen
    • - Aan iedere doodszonde wordt een bepaalde demon toegeschreven. 
    • - Met het goed gemikt openen en sluiten van een luik tussen twee ruimtes krijgt Maxwells demon alle warme moleculen aan de ene en alle koude aan de andere kant.[2] 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Chronologisch Woordenboek, Nicoline van der Sijs
  2. NRC Bruno van Wayenburg 8 januari 2016