demon
Uiterlijk

- de·mon
- van het Latijnse daemon (geest; demoon); van het Oudgriekse δαίμων, daímôn (goddelijkheid;geest)
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | demon | demonen, demons |
| verkleinwoord | demoontje | demoontjes |
de demon m
- (religie) een boze geest of gevallen engel of ander bovennatuurlijk wezen
- Aan iedere doodszonde wordt een bepaalde demon toegeschreven.
- Met het goed gemikt openen en sluiten van een luik tussen twee ruimtes krijgt Maxwells demon alle warme moleculen aan de ene en alle koude aan de andere kant.[1]
- ▸ Er is niemand anders in jouw hoofd. Jij stelt de vragen zelf, demonen bestaan niet. Jij bent jouw eigen demon.[2]
- Het woord demon staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "demon" herkend door:
| 93 % | van de Nederlanders; |
| 93 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ NRC Bruno van Wayenburg 8 januari 2016
- ↑ “All-inclusive”
(2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht
, ISBN 90-229-9182-2 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Religie in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 93 %
- Prevalentie Vlaanderen 93 %