cruciaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cru·ci·aal
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘doorslaggevend’ voor het eerst aangetroffen in 1976 [1]
  • met de huidige betekenis: van het Engels crucial
  • afgeleid van het Latijnse crux (kruis, kwelling) met het achtervoegsel -aal [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen cruciaal crucialer cruciaalst
verbogen cruciale crucialere cruciaalste
partitief cruciaals crucialers -

Bijvoeglijk naamwoord

cruciaal

  1. van beslissend of doorslaggevend belang
    • Om je eindexamen te halen, is een goede voorbereiding cruciaal. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen