crux
Uiterlijk
- crux
- Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘kernprobleem’ voor het eerst aangetroffen in 1953 [1]
- [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | crux | cruces |
| verkleinwoord | cruxje | cruxjes |
de crux v
- een onoplosbaar of moeilijk oplosbaar probleem
- Het woord crux staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "crux" herkend door:
| 81 % | van de Nederlanders; |
| 41 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ "crux" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ crux op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 81 %
- Prevalentie Vlaanderen 41 %