beslissend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
beslissend moment in de strijd


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·slis·send

Werkwoord

vervoeging van
beslissen

beslissend

  1. onvoltooid deelwoord van beslissen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen beslissend beslissender beslissendst
verbogen beslissende beslissendere beslissendste
partitief beslissends beslissenders -

Bijvoeglijk naamwoord

beslissend

  1. doorslaggevend in maken van een keuze, het verschil makend
    • Hoewel er veel aanwijzingen waren in de strafzaak vond de rechter dat het beslissende bewijs niet aanwezig was en daarom is de verdachte dus vrijgesproken. 
  2. van groot belang
    • De uitslag van het examen is van beslissend belang. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.