cowboy

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cow·boy
enkelvoud meervoud
naamwoord cowboy cowboys
verkleinwoord cowboytje cowboytjes

Zelfstandig naamwoord

cowboy m

  1. (beroep) iemand die op de wijze van het Westen van Amerika een kudde runderen hoedt
    • Het vak van cowboy is fysiek bikkelhard. 
  2. overdrachtelijk iemand die zich voordoet, kleedt of gedraagt als [1]
    • Dat kun je toch verwachten van dat stelletje cowboys? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie