corporale

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cor·po·ra·le

Bijvoeglijk naamwoord

corporale

  1. verbogen vorm van de stellende trap van corporaal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord corporale corporalen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

corporale o [2]

  1. (religie) gewijde witte linnen doek waarop in de Katholieke Kerk tijdens de mis de gaven van brood en wijn (kelk en de hostieschaal) worden geplaatst
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen