constatering

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·sta·te·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord constatering constateringen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

constatering v [2]

  1. het constateren
     Hij kon gewoonweg niet meer verder. Zijn leven was zinloos geworden. Mede door deze constatering waren zijn hersens op hol geslagen.[3]
     Advocaat Van Tilborg wist zich duidelijk geen raad met deze constatering en zei dat deze zaak in een andere procedure tot de bodem moet worden uitgezocht.[4]
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. constatering op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  4. Bronlink geraadpleegd op 26 april 2022 Weblink bron Angelique Kunst op Wikipedia “Na elk krantenartikel lijdt Gerard Sanderinks Centric verlies: ‘We worden afgeschilderd als domme mensen’” (26-04-2022), Tubantia
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be