concreet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·creet
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘als vorm voorstelbaar, duidelijk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen concreet concreter concreetst
verbogen concrete concretere concreetste
partitief concreets concreters -

Bijvoeglijk naamwoord

concreet

  1. tastbaar, zeker
    • Dit is een concreet bewijs van deze stelling. 
  2. in de realiteit bestaande, in tegenstelling tot slechts in gedachten
    • Er bestaat in iedere klas een tegenstelling tussen leerlingen met een concrete en met een abstracte leerstijl. 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen