compromitteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·pro·mit·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
compromitteren
compromitteerde
gecompromitteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

compromitteren

  1. (overgankelijk) verdacht maken, blameren, in opspraak brengen
    compromitteren bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl