chiropracticus
Uiterlijk
- Geluid: chiropracticus (hulp, bestand)
- IPA: / ˌxiroˈprɑktiˌkʏs / (5 lettergrepen)
- chi·ro·prac·ti·cus
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | chiropracticus | chiropractici |
| verkleinwoord |
de chiropracticus m
- (beroep) beoefenaar van een tak van de zogenoemde 'alternatieve of complementaire geneeskunde' die niet door de overheid gereguleerd of erkend wordt
- Vanmorgen om elf uur moet ik bij mijn chiropracticus zijn. Word daar gekraakt, nou ja gekraakt. Gaat steeds beter met mijn rug. Hoef pas over een maand terug te komen. Heerlijk. Boodschappen. Krijg leuke post, de dia's die bij Tineke zijn genomen. Ziet er heel leuk uit. Ik ben namelijk niet zo fotogeniek.[1]
- In Dublin hangen de lantaarnpalen vol met posters - meest van de ja-campagne. ‘Ja voor gelijkheid’, staat er. Of: ‘Dit gaat over Liefde en Gelijkheid. Verder niets’. Voor Heuston Station deelt chiropracticus Seamus Kenneally (39) ja-stickers uit aan forenzen. Zelden worden ze geweigerd. Hij zegt: „De meeste mensen zijn ontvankelijk.” De premier, een oud-president, alle partijen, vakbonden, media en burgerrechtenorganisaties scharen zich in het ja-kamp.[2]
1.
- Het woord chiropracticus staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 14
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 5 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel chiro- in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal