chaperon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cha·pe·ron
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, waar het oorspronkelijk "hoofddeksel" betekende. In deze laatste betekenis in het Nederlands overgenomen als kaproen.[1]
enkelvoud meervoud
naamwoord chaperon chaperons
verkleinwoord chaperonnetje chaperonnetjes

Zelfstandig naamwoord

chaperon m

  1. (maatschappij) beschermende begeleider of begeleidster van een jonge dame
    • Hij ging mee als chaperon. 
     Voor de zakenvrouw die tussen de bedrijven door geen tijd heeft om ook nog eens een interessante man te ontmoeten die haar begeleidt naar zakendineetjes, is er nu een oplossing. Zij kan voor tweehonderdvijftig gulden per uur een chaperon huren.[2]

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. chaperon op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 24 juli 2021 Door archive.org gearchiveerde versie van 20 januari 2017 Marlies Kieft “Man per uur te huur” (17 oktober 1998), Trouw
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Frans

enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  chaperon     le chaperon     chaperons     les chaperons  

Zelfstandig naamwoord

chaperon m

  1. (maatschappij) chaperon, chaperonne, begeleid(st)er
  2. valkenkap
  3. (kleding) kaproen, muts [1]