chaperonne

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cha·pe·ron·ne
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans
enkelvoud meervoud
naamwoord chaperonne chaperonnes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

chaperonne v [1]

  1. (verouderd) een oudere vrouw die een jonge ongehuwde vrouw begeleidt als ze naar feesten gaat waar ook jonge heren komen
    • Van Vleuten werkt momenteel aan een boek over zijn familiearchief. Zijn nieuwe voorstelling Nog nooit vertoond komt daar uit voort: aan de hand van een schat aan oude foto’s „tovert hij zijn publiek een verdwenen wereld voor van tropenhelmen en telegrammen, chaperonnes en schipbreuken.”[2] 
  2. (figuurlijk) beschermer van iemand anders dan een jong meisje
    • Evenals Ten Dam, die gisteren als ’lijfwacht’ van de Australiër de tweede Pyreneeënrit afwerkte. "Ik was zijn chaperonne. Michael en ik hadden een ’snipperdag’, maar naar Rodez ga ik voor hem weer vol op kop hengsten, want deze zege smaakt naar meer...”[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 11 nov. 2017
  3. de Telegraaf 15 jul. 2017