century

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cen·tu·ry
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord century century's
verkleinwoord century'tje century'tjes

Zelfstandig naamwoord

century v/m

  1. (sport) (cricket) het maken van minstens honderd runs
  2. (sport) (snooker) honderd door één speler achter elkaar gescoorde punten
  3. periode van honderd jaar
Synoniemen

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
century centuries

Zelfstandig naamwoord

century

  1. eeuw
  2. (sport) reeks van honderd achter elkaar gescoorde punten
Overerving en ontlening