cassette

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

[1] audio cassette
[1] Video cassette
[2] cassette op achteras van fiets
Uitspraak
Woordafbreking
  • cas·set·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord cassette cassetten
cassettes
verkleinwoord cassettetje cassettetjes

Zelfstandig naamwoord

cassette v

  1. (techniek) een behuizing voor video- en audiobanden
    • Een videoband zit vaak in een cassette. 
  2. (techniek) het geheel aan tandwielen op het achterwiel van een fiets
    • Een cassette met ketting. 
  3. een kistje voor het veilig bewaren van geld of bestek
    • Dit 12-delige bestek zit in een cassette met 3 laden. 
  4. (bouwkunde) een geprofileerde tegel
    • Met hun afmeting van 54 x 54 centimeter zien de cassettes eruit als tapijttegels. 
Synoniemen
Hyponiemen

geldcassette

Afgeleide begrippen


Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen