cassette

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

[1] audio cassette
[1] Video cassette
[2] cassette op achteras van fiets
Uitspraak
Woordafbreking
  • cas·set·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Franse cassette [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord cassette cassetten
cassettes
verkleinwoord cassettetje cassettetjes

Zelfstandig naamwoord

cassette v

  1. (techniek) een behuizing voor video- en audiobanden
    Een videoband zit vaak in een cassette.
  2. (techniek) het geheel aan tandwielen op het achterwiel van een fiets
    Een cassette met ketting.
  3. een kistje voor het veilig bewaren van geld of bestek
    Dit 12-delige bestek zit in een cassette met 3 laden.
  4. (bouwkunde) een geprofileerde tegel
    Met hun afmeting van 54 x 54 centimeter zien de cassettes eruit als tapijttegels.
Synoniemen
Hyponiemen

geldcassette

Afgeleide begrippen


Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl