carter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Onderaan: het carter met olievoorraad

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • car·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘omhulsel van krukas in motor’ voor het eerst aangetroffen in 1911 [1]
  • Vernoemd naar John Harrison Carter ( -1903)
  • pseudo-Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord carter carters
verkleinwoord cartertje cartertjes

Zelfstandig naamwoord

carter o

  1. (motortechniek) bak onder het blok van een verbrandingsmotor, als afsluiting en ook vaak als reservoir voor de smeerolie van de motor
    • Onder het carter zit een olieaftappunt. 
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders;
64 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen